De Wet seksuele misdrijven en de werkvloer: dit moet je weten
Sinds 1 juli 2024 is de Wet seksuele misdrijven van kracht en zijn meer vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag strafbaar, ook online. Seksuele intimidatie in het openbaar is een strafbaar feit geworden en sexchatting, het seksueel benaderen van kinderen onder de zestien, is zelfstandig strafbaar gesteld. Ook de verkrachtings- en aanrandingsbepalingen zijn verruimd: schuldverkrachting en schuldaanranding bestaan nu naast de opzetvarianten. Voor de werkvloer is dat relevanter dan het op het eerste gezicht lijkt. Gedrag dat een organisatie tot voor kort uitsluitend als arbeidsrechtelijk probleem behandelde, kan nu ook een strafbaar feit zijn. Vertrouwenspersonen en klachtencommissies moeten die grens kunnen herkennen en er zorgvuldig mee omgaan.
Wat er per 1 juli 2024 is veranderd
De wet heeft de zedentitel van het Wetboek van Strafrecht ingrijpend gemoderniseerd. Het uitgangspunt is verschoven van dwang naar het ontbreken van vrije wil: strafbaar is seksueel contact terwijl de dader weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat de wil van de ander ontbreekt. Daarmee is de bewijsdrempel voor verkrachting en aanranding verlaagd ten opzichte van het oude dwangvereiste. De Rijksoverheid benoemt uitdrukkelijk dat ook online gedrag onder de nieuwe bepalingen valt. Denk aan het onder druk laten verrichten van seksuele handelingen voor een webcam.
Nieuw is verder de strafbaarstelling van seksuele intimidatie in het openbaar als overtreding. Het gaat om het in het openbaar indringend seksueel benaderen van een ander door opmerkingen, gebaren, geluiden of aanrakingen, op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend of onterend is. Openbaar omvat ook openbaar toegankelijke online omgevingen. Voor de context van werk is dat relevant bij bijvoorbeeld gedrag op bedrijfsfeesten op openbare locaties, in het verkeer tussen klanten en medewerkers, of in publieke online kanalen. De grens tussen strafbare intimidatie en verwijtbaar maar niet strafbaar gedrag blijft intussen afhankelijk van de omstandigheden.
Voor de volledigheid: veel seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer was ook vóór juli 2024 al strafbaar, zoals aanranding en ontucht met misbruik van gezag. De wet heeft het bereik verruimd en de terminologie gemoderniseerd, waardoor de kans groter is dat gedrag uit een werkcontext ook strafrechtelijk relevant is. Tegelijk blijft het arbeidsrechtelijke begrip seksuele intimidatie uit de Arbowet en de gelijkebehandelingswetgeving breder dan het strafrecht. Gedrag kan dus ongewenst en verwijtbaar zijn zonder strafbaar te zijn. Dat onderscheid moet je in elke casus opnieuw maken.
Wat dit betekent voor de vertrouwenspersoon
De vertrouwenspersoon is geen opsporingsambtenaar en geen jurist. Wel moet je kunnen signaleren wanneer een verhaal mogelijk een strafbaar feit beschrijft. Dat vraagt basiskennis van de nieuwe wet: welke gedragingen zijn strafbaar, wat betekent het ontbreken van de wil, en waar ligt ongeveer de grens met niet strafbaar gedrag. Die kennis heb je nodig om de melder volledig voor te lichten over de mogelijke routes, inclusief het doen van aangifte. De keuze om al dan niet aangifte te doen blijft daarbij aan de melder. Jouw taak is dat de melder die keuze geïnformeerd kan maken.
Rolzuiverheid wordt bij mogelijk strafbaar gedrag nog belangrijker dan ze al was. Je stelt geen onderzoeksvragen die op waarheidsvinding lijken, je verzamelt geen bewijs en je adviseert de organisatie niet over sancties tegen de beklaagde. Wat je wel doet, is de melder wijzen op het belang van het veiligstellen van berichten en ander materiaal, en op de mogelijkheid om informatief te praten met de politie voordat een beslissing over aangifte valt. Ook verwijs je waar nodig naar gespecialiseerde hulp, zoals het Centrum Seksueel Geweld. Zorgvuldige gespreksregistratie is in deze zaken extra belangrijk, juist omdat het dossier later betekenis kan krijgen.
Er speelt bovendien een loyaliteitsvraag die je vooraf doordacht moet hebben. De vertrouwenspersoon heeft een geheimhoudingsplicht, maar die is niet absoluut: bij ernstige strafbare feiten of acuut gevaar kan er een moment komen waarop zwijgen niet langer verantwoord is. De LVV beschrijft in haar functieprofiel hoe je met dat spanningsveld omgaat en waarom je zo'n afweging nooit alleen maakt. Bespreek dit soort dilemma's in intervisie en leg vast hoe de escalatieroute in jouw organisatie loopt. Een vertrouwenspersoon die dit ter plekke moet uitvinden, staat er te alleen voor.
Wat dit betekent voor de klachtencommissie
Voor de klachtencommissie is de belangrijkste vraag hoe de interne procedure zich verhoudt tot een mogelijk strafrechtelijk traject. Een klachtprocedure en een strafzaak kunnen naast elkaar bestaan, want ze beantwoorden verschillende vragen: de commissie toetst aan de interne regeling en adviseert de werkgever, de strafrechter oordeelt over strafbaarheid. De commissie hoeft dus niet te wachten op het Openbaar Ministerie. Zij moet wel voorkomen dat haar onderzoek een eventueel strafrechtelijk onderzoek doorkruist. Bij een lopende aangifte is afstemming over timing en zorgvuldige omgang met verklaringen geboden. Leg zulke keuzes gemotiveerd vast in het dossier.
De commissie moet ook haar eigen taal bewaken. In een advies horen geen strafrechtelijke kwalificaties thuis: de commissie toetst gedrag aan de definitie van seksuele intimidatie in de eigen regeling, en laat de vraag of iemand zich schuldig heeft gemaakt aan aanranding aan de strafrechter. Dat onderscheid is meer dan taalkundige scherpslijperij. Een advies dat strafrechtelijke etiketten plakt, wekt de indruk van een veroordeling zonder de waarborgen van het strafproces, en dat maakt het advies aanvechtbaar. Beschrijf gedragingen dus feitelijk en toets ze uitsluitend aan de eigen regeling.
Tot slot verdient de bewijspositie aandacht. In zaken over seksueel grensoverschrijdend gedrag staat vaak verklaring tegenover verklaring, met hooguit berichten, agenda's of verklaringen van omstanders als steunmateriaal. De commissie werkt met de maatstaf van aannemelijkheid en hoeft dus geen wettig en overtuigend bewijs te leveren. Haar weging moet wel navolgbaar gemotiveerd zijn. Juist bij deze zaken luistert de motivering nauw, omdat de gevolgen voor beide partijen groot zijn. Wie hierover meer wil lezen, vindt in deze blogreeks aparte bijdragen over hoor en wederhoor en over het schrijven van een houdbaar advies.
Dit moet je onthouden
• Sinds 1 juli 2024 zijn meer vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag strafbaar, ook online, en is het uitgangspunt verschoven van dwang naar het ontbreken van vrije wil.
• Strafbaar gedrag en interne klachtwaardigheid zijn twee verschillende toetsen: het arbeidsrechtelijke begrip seksuele intimidatie is breder dan het strafrecht, dus gedrag kan klachtwaardig zijn zonder strafbaar te zijn.
• De vertrouwenspersoon signaleert en licht voor over routes, de klachtencommissie toetst aan de eigen regeling, en het oordeel over strafbaarheid blijft bij de strafrechter.
Vraag voor je eigen praktijk: Kan jouw vertrouwenspersoon een melder uitleggen wat het verschil is tussen aangifte doen en een interne klacht indienen, en wat elk van beide oplevert?
In de nascholing over strafbaar gedrag voor vertrouwenspersonen komt de Wet seksuele misdrijven uitgebreid aan bod. Meer op complianceinsightsacademy.nl of via info@complianceinsights.academy.