Raadpleging van werknemers over arbobeleid wordt verplicht voor elke werkgever

Per 1 juli 2026 verandert artikel 12 van de Arbowet. Vanaf dat moment moet elke werkgever zijn werknemers raadplegen over het arbobeleid, ongeacht hoe groot of klein het bedrijf is. De wijziging zit in de Verzamelwet SZW 2026 en is door het parlement aangenomen. Minister Aartsen van Werk en Participatie bevestigt dit in zijn voortgangsbrief over arbeidsomstandigheden van 8 juni 2026.

De aanleiding is technisch, maar het gevolg is concreet. De oude formulering van artikel 12 was niet in lijn met een bepaling uit de Europese kaderrichtlijn voor gezond en veilig werken. Die bepaling gaat over de manier waarop werknemers betrokken moeten worden bij het arbobeleid. Met de wijziging sluit Nederland weer aan bij Europa.

Wat de wet nu vraagt

De kern: alle werkgevers moeten de werknemersvertegenwoordiging raadplegen over het arbobeleid in het bedrijf. Is er geen vertegenwoordiging, dan gaat het om de belanghebbende werknemers zelf. Dat raadplegen is geen vrijblijvend gebaar. De wet noemt een rij onderwerpen die er in ieder geval onder vallen: de aanwijzing van bedrijfshulpverleners, de RI&E, de organisatie van de deskundige bijstand, de aanvullende deskundige bijstand, de arbodienst, en het goed informeren van werknemers over hun werk en de risico's daarvan.

Daar komt een recht bij. Werknemers, of hun vertegenwoordiging, mogen zelf voorstellen doen aan de werkgever over het arbobeleid. Het is dus tweerichtingsverkeer geworden.

De minister heeft bij de nieuwe formulering bewust de tekst van de Europese kaderrichtlijn aangehouden. Zo komt er geen extra nationale verplichting bovenop het Europese minimum. Dat past in de lijn van dit kabinet om de regeldruk te beperken.

Waarom dit jouw werkterrein raakt

Voor jou als vertrouwenspersoon, klachtencommissielid of HR-professional is dit relevanter dan het op het eerste gezicht lijkt. Het arbobeleid omvat namelijk ook de psychosociale arbeidsbelasting (PSA), en daarmee de aanpak van ongewenst gedrag. De RI&E, die expliciet in de wet wordt genoemd, is de plek waar dat risico hoort te staan. Een verplichte raadpleging betekent dat er voortaan een formeel moment is waarop werknemers iets kunnen zeggen over hoe veilig en gezond het er in de organisatie aan toegaat.

Voor HR betekent dit dat je dat moment moet organiseren en vastleggen. In kleine organisaties zonder ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging gaat het om de belanghebbende werknemers rechtstreeks. Dat vraagt om een werkbare vorm: een personeelsbijeenkomst, een vaste plek op de agenda, een schriftelijke ronde. Belangrijk is dat je kunt aantonen dat de raadpleging heeft plaatsgevonden en wat ermee is gebeurd.

Voor jou als vertrouwenspersoon is de raadpleging een kans. Signalen die jij in je werk tegenkomt, zonder dat je individuele meldingen deelt, kunnen via dit kanaal op tafel komen. Als je merkt dat een bepaald type ongewenst gedrag terugkeert, of dat de drempel om te melden hoog ligt, dan is het arbobeleid de plek om dat te adresseren. De raadpleging geeft daar nu een wettelijke haak voor.

Wat je concreet kunt doen

Kijk samen met HR na of het arbobeleid daadwerkelijk de PSA-component bevat en of die actueel is. Zorg dat de raadpleging niet alleen over fysieke veiligheid en bedrijfshulpverlening gaat, maar ook over sociale veiligheid. En leg vast wat er met de inbreng van werknemers gebeurt, want een raadpleging zonder opvolging verliest snel zijn waarde.

De minister blijft de effecten van het gewijzigde artikel 12 volgen. Voor jou is het verstandig om er nu al op in te spelen, zodat sociale veiligheid een vaste plek krijgt in het gesprek tussen werkgever en werknemers.

Wil je sparren over hoe je dit gesprek binnen jouw organisatie vormgeeft? Stuur ons een mail via info@complianceinsights.academy.

Volgende
Volgende

Kabinet schrapt verplichte gedragscode ongewenst gedrag