De RI&E als plek voor ongewenst gedrag: de cijfers en wat jij ermee kunt
De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) is een wettelijke verplichting voor elk bedrijf en vormt de kern van het arbobeleid. Het is het instrument waarmee een werkgever de risico's op de werkplek in beeld brengt. In het bijbehorende Plan van Aanpak staat wat hij doet om die risico's aan te pakken. In zijn voortgangsbrief over arbeidsomstandigheden van 8 juni 2026 laat minister Aartsen zien dat de naleving stijgt, en hij benoemt waar de RI&E de komende jaren naartoe gaat.
De cijfers
Jarenlang had ongeveer de helft van de werkgevers een RI&E. De monitor Arbo in Bedrijf 2024-2025 van de Nederlandse Arbeidsinspectie laat nu zien dat 68 procent van alle bedrijven er een heeft. Omdat grotere bedrijven vaker een RI&E hebben, ligt het percentage werknemers dat in een bedrijf mét RI&E werkt veel hoger: 91 procent. Van de werkgevers die een RI&E hebben, beschikt 70 procent over een RI&E van voldoende of goede kwaliteit.
De groei is dus echt, maar het is geen reden om achterover te leunen. Bijna een op de drie bedrijven heeft nog steeds geen RI&E, en bij de bedrijven die er wel een hebben, is bijna een derde van onvoldoende kwaliteit. De minister wil de groei vasthouden en is van plan om binnen de Duurzame inzetbaarheidsagenda het opstellen van branche-RI&E's en arbocatalogi te subsidiëren. Daarnaast zet de Arbeidsinspectie haar sectoraanpak Arbozorg voort.
Ongewenst gedrag hoort in de RI&E
Voor jou is het belangrijkste dat psychosociale arbeidsbelasting onder de RI&E valt. Daar horen werkdruk, agressie en geweld, pesten, discriminatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag bij. Uit de analyse die het ministerie maakte voor het programma Arbo Actief blijkt dat werkgevers en arboprofessionals actief zoeken naar informatie over psychosociale belasting, naast arbeidsveiligheid en de RI&E zelf. De behoefte is er dus.
In de praktijk is de PSA-paragraaf in veel RI&E's mager. Ongewenst gedrag wordt benoemd als algemeen risico, maar de vertaling naar concrete maatregelen in het Plan van Aanpak ontbreekt vaak. Daar kun jij als vertrouwenspersoon of klachtencommissielid het verschil maken. Jij ziet welke risico's zich werkelijk voordoen, zonder dat je individuele meldingen prijsgeeft. Die kennis hoort terug te komen in de risicobeoordeling.
De toetsing verandert
Er speelt nog iets dat de RI&E raakt. De minister onderzoekt, samen met de beroepsverenigingen, of de toetsing van de RI&E in meer gevallen door één arbokerndeskundige kan. Nu zijn er drie disciplines: arbeidshygiëne, arbeids- en organisatiekunde en veiligheidskunde. Het idee is dat alle kerndeskundigen een bredere basiskennis krijgen, zodat in eenvoudiger werkomgevingen één deskundige volstaat. Bij werkplekken met uiteenlopende of complexe risico's blijven meerdere deskundigen nodig. Het uitgangspunt blijft de bescherming van de werknemer.
Voor de PSA-kant is dat relevant, omdat psychosociale onderwerpen vooral bij de arbeids- en organisatiekundige liggen. Houd dus in de gaten of de deskundige die jouw organisatie inschakelt daadwerkelijk verstand heeft van ongewenst gedrag en werkdruk, en niet alleen van fysieke veiligheid.
Wat je concreet kunt doen
Vraag na of de RI&E van jouw organisatie een actuele PSA-paragraaf bevat, en of die verder gaat dan een algemene zin. Kijk of er een Plan van Aanpak aan hangt met maatregelen die je kunt volgen. En zorg dat geanonimiseerde signalen uit jouw werk een weg terugvinden naar de RI&E, bijvoorbeeld via je jaarverslag. Zo wordt de RI&E een levend document in plaats van een papieren verplichting.
Wil je weten hoe je jouw signalen netjes verwerkt in een jaarverslag dat aansluit op de RI&E? Vraag onze VP-toolkit aan via info@complianceinsights.academy.