Nederland onderschrijft het ILO-verdrag tegen geweld en intimidatie, zonder nieuwe regels voor werkgevers

Nederland heeft het ILO-verdrag C190 geratificeerd. Dit verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer richt zich op het elimineren van alle vormen van geweld en intimidatie in de wereld van werk. Minister Aartsen bevestigt in zijn voortgangsbrief over arbeidsomstandigheden van 8 juni 2026 dat de ratificatie niet leidt tot aanvullende wettelijke verplichtingen voor werkgevers. Met die schriftelijke bevestiging handelt hij ook de motie Ceulemans af, die vroeg om het verdrag niet te gebruiken voor nieuwe verplichtingen voor ondernemers.

Wat dit verdrag is

ILO-verdrag C190 is een internationaal verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie uit 2019. Het richt zich op geweld en intimidatie in de wereld van werk en hanteert daarbij een breed begrip: het gaat om gedrag dat fysieke, psychische, seksuele of economische schade tot gevolg kan hebben. Het verdrag noemt ook geweld en intimidatie op grond van gender expliciet. Door te ratificeren spreekt Nederland uit dat het deze norm onderschrijft.

Geen nieuwe verplichtingen, wel een bevestigde norm

De boodschap van de minister is dat de bescherming tegen ongewenst gedrag al geregeld is in de bestaande Arbowet. Werkgevers hebben via de verplichting rond psychosociale arbeidsbelasting al de plicht om beleid te voeren tegen ongewenst gedrag. Het verdrag voegt daar geen nieuwe wettelijke eisen aan toe.

Dat past in een bredere lijn die je in deze Kamerbrief terugziet. Het kabinet kiest op meerdere plekken voor het achterwege laten van nieuwe verplichtingen. Bij de gedragscode ongewenst gedrag ziet de minister af van een wettelijke plicht, en ook een verplichte klachtenregeling kwam er eerder niet. De achtergrond is steeds dezelfde: het kabinet wil de regeldruk meetbaar verminderen.

Waarom dit toch betekenis heeft voor jouw werk

Geen nieuwe regels betekent niet dat er niets verandert. Een geratificeerd verdrag is een inhoudelijk standpunt. Nederland zegt ermee dat geweld en intimidatie op het werk niet acceptabel zijn en dat werkgevers daar iets tegen moeten doen. Voor jou als vertrouwenspersoon, klachtencommissielid of HR-professional is dat een bruikbaar gegeven.

Het verdrag geeft je een gezaghebbende onderbouwing wanneer je binnen je organisatie aandacht vraagt voor sociale veiligheid. Je hoeft niet te wachten op een wet die voorschrijft wat je moet doen. De norm is er al, internationaal bevestigd en nationaal onderschreven. Dat helpt in gesprekken met een werkgever die alleen in beweging komt als iets wettelijk verplicht is. Je kunt uitleggen dat de verplichting om ongewenst gedrag aan te pakken al bestaat via de Arbowet, en dat het verdrag die richting onderstreept.

Het brede begrip van geweld en intimidatie in C190 is ook inhoudelijk nuttig. Het maakt duidelijk dat het niet alleen om fysiek geweld of evidente intimidatie gaat, maar ook om psychische en seksuele vormen, en om gedrag dat economische schade aanricht. Dat sluit aan bij de manier waarop jij ongewenst gedrag in de praktijk tegenkomt: vaak subtiel, vaak in patronen, zelden in één duidelijk incident.

Wat je concreet kunt doen

Gebruik het verdrag als kapstok in je beleidsadvies. Verwijs naar de bestaande Arbowet-verplichting rond PSA als de juridische basis, en naar C190 als de norm die Nederland onderschrijft. Werk je aan een gedragscode of een beleidsstuk over sociale veiligheid, dan kun je het brede begrip uit het verdrag overnemen om scherp te krijgen welk gedrag je wilt voorkomen. Zo zet je een verdrag dat zelf geen nieuwe regels oplevert, toch om in iets praktisch.

Wil je hulp bij het opzetten of actualiseren van je beleid rond ongewenst gedrag? Stuur ons een mail via info@complianceinsights.academy.

Volgende
Volgende

De RI&E als plek voor ongewenst gedrag: de cijfers en wat jij ermee kunt