De verplichte vertrouwenspersoon: stand van zaken in 2026

Een vertrouwenspersoon is in Nederland op dit moment niet wettelijk verplicht. Het wetsvoorstel 35592, dat werkgevers met tien of meer werknemers verplicht om een vertrouwenspersoon aan te wijzen, is op 23 mei 2023 door de Tweede Kamer aangenomen en ligt sindsdien bij de Eerste Kamer. Een datum voor inwerkingtreding is er nog niet. Toch hoor ik in de praktijk regelmatig dat organisaties denken dat de verplichting al geldt. Dat misverstand is begrijpelijk, want de berichtgeving loopt al jaren vooruit op de besluitvorming. In deze blog zet ik op een rij wat het wetsvoorstel regelt, wat er nu al wel verplicht is en wat je als organisatie verstandig kunt voorbereiden.

Wat wetsvoorstel 35592 precies regelt

Het wetsvoorstel voegt een nieuw artikel 13a toe aan de Arbeidsomstandighedenwet. Dat artikel geeft iedere werknemer het recht om zich te wenden tot een vertrouwenspersoon voor ongewenste omgangsvormen. De werkgever mag kiezen tussen een interne of een externe vertrouwenspersoon, en mag die rol ook via een branchevereniging of arbodienst invullen. Door een amendement zijn organisaties met minder dan tien werknemers vooralsnog uitgezonderd van de verplichting. De volledige behandelgeschiedenis staat op de website van de Eerste Kamer.

Het voorstel legt daarnaast een aantal basistaken vast. De vertrouwenspersoon vangt werknemers op die te maken hebben met ongewenste omgangsvormen, begeleidt en adviseert hen, geeft voorlichting binnen de organisatie en legt verantwoording af over de verrichte werkzaamheden. De vertrouwenspersoon moet over voldoende deskundigheid en ervaring beschikken en moet onafhankelijk en zelfstandig kunnen werken. De werkgever moet dat faciliteren, bijvoorbeeld met tijd, budget en een geschikte spreekruimte. Wie de rol serieus wil invullen, komt daarmee vrijwel automatisch uit bij een gedegen opleiding.

Interessant is dat het voorstel ook de rechtspositie van de vertrouwenspersoon zelf versterkt. Er komt een benadelingsverbod: de vertrouwenspersoon mag vanwege de uitoefening van de functie niet worden benadeeld in bijvoorbeeld beoordeling of promotiekansen. De ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging krijgt instemmingsrecht op de aanstelling van de vertrouwenspersoon. En de Nederlandse Arbeidsinspectie krijgt de bevoegdheid om naleving af te dwingen. Daarmee verschuift de vertrouwenspersoon van een vrijblijvende voorziening naar een wettelijk verankerde functie met eigen waarborgen.

Wat nu al verplicht is onder de Arbowet

Ook zonder artikel 13a heb je als werkgever al stevige verplichtingen. De Arbowet verplicht werkgevers om beleid te voeren tegen psychosociale arbeidsbelasting, waaronder seksuele intimidatie, agressie, pesten en discriminatie. Dat beleid moet gebaseerd zijn op een risico-inventarisatie en -evaluatie met een plan van aanpak. Het Arboportaal van het ministerie van SZW noemt de vertrouwenspersoon uitdrukkelijk als een van de maatregelen waarmee je die verplichting invult. Een werkgever die bij aantoonbare PSA-risico's niets regelt, voldoet dus nu al niet aan de wet. Hoe ver die verplichting reikt, hangt af van wat de risico-inventarisatie laat zien en van de omstandigheden binnen de organisatie.

De SER adviseert werkgevers om naast een vertrouwenspersoon ook een gedragscode, een klachtenregeling en een klachtencommissie of gelijkwaardig alternatief in te richten. De onderbouwing is simpel: grensoverschrijdend gedrag komt nog steeds op grote schaal voor en een enkele maatregel is onvoldoende. Volgens de SER had circa 17 procent van de werkenden in de NEA 2024 te maken met grensoverschrijdend gedrag. Dat percentage beweegt al jaren nauwelijks. De vertrouwenspersoon is dus een onderdeel van een breder stelsel.

Voor werkgevers met vijftig of meer werkzame personen geldt bovendien al een harde wettelijke plicht op een aangrenzend terrein. De Wet bescherming klokkenluiders verplicht hen tot een interne meldprocedure voor vermoedens van misstanden. Die meldregeling is iets anders dan een klachtenregeling voor ongewenste omgangsvormen, maar in de praktijk raken de routes elkaar voortdurend. Wie de vertrouwenspersoon positioneert zonder naar dat bredere geheel van meldroutes te kijken, organiseert verwarring. Daarover schreef ik een aparte blog in deze reeks.

Wat je nu al kunt voorbereiden

Wachten op de Eerste Kamer is geen strategie. De overgangstermijnen in het wetsvoorstel zijn kort: grote organisaties krijgen na inwerkingtreding vier maanden om aan de verplichting te voldoen, de kleinste zestien maanden. Dat is weinig tijd om een geschikte kandidaat te vinden, op te leiden en goed te positioneren. Ondernemersplein van de Rijksoverheid houdt de status van de wetswijziging bij en adviseert werkgevers zich voor te bereiden. Wie nu begint, doet dat in alle rust en op eigen tempo.

Begin met de basis: leg vast wie de vertrouwenspersoon is, hoe die bereikbaar is en wat werknemers van de rol mogen verwachten. Controleer of de vertrouwenspersoon voldoende is opgeleid en of er budget is voor nascholing en intervisie. Kijk kritisch naar de onafhankelijkheid: een vertrouwenspersoon die tegelijk HR-adviseur of leidinggevende is, komt vrijwel zeker in rolconflicten terecht. En zorg dat de vertrouwenspersoon jaarlijks geanonimiseerd rapporteert aan het bestuur, want die signaalfunctie staat straks ook in de wet. Zo bouw je aan een voorziening die de wettelijke toets ruimschoots gaat doorstaan.

Stand van zaken per juli 2026: het wetsvoorstel is aangenomen door de Tweede Kamer, ligt ter behandeling bij de Eerste Kamer en heeft geen vastgestelde ingangsdatum. De verplichting geldt dus nog niet. De zorgplicht uit de Arbowet geldt intussen onverkort. Voor de meeste organisaties is de relevante vraag daarom hoe volwassen hun eigen voorziening al is. De organisaties die ik goed zie functioneren, behandelen de aanstaande wet als ondergrens en hun eigen beleid als de eigenlijke norm. Dat is ook de houding die werknemers vertrouwen geeft.


Dit moet je onthouden

•  Een vertrouwenspersoon is nog niet wettelijk verplicht: wetsvoorstel 35592 is aangenomen door de Tweede Kamer en ligt bij de Eerste Kamer, zonder ingangsdatum.

•  De Arbowet verplicht nu al tot PSA-beleid op basis van een risico-inventarisatie, en de vertrouwenspersoon is een van de erkende maatregelen daarvoor.

•  Je kunt vandaag beginnen: leg de rol vast, borg opleiding en onafhankelijkheid, en laat de vertrouwenspersoon jaarlijks geanonimiseerd rapporteren.

Vraag voor je eigen praktijk: Is jullie voorziening meer dan een naam op papier, of kan een medewerker morgen bij een goed opgeleide en onafhankelijke vertrouwenspersoon terecht?

In de vierdaagse opleiding tot vertrouwenspersoon van Compliance Insights Academy bereid je je hierop voor. Kijk op complianceinsightsacademy.nl of mail info@complianceinsights.academy.

Volgende
Volgende

Manosphere in de Tweede Kamer: Hamer pleit voor preventie en cultuurverandering