Psychisch geweld en de grenzen van het strafrecht
Stel dat iemand bij je komt omdat een collega of leidinggevende hem al maanden kleineert, uitscheldt en buitensluit. Er is geen fysiek geweld. De persoon loopt er wel psychisch aan onderdoor. Met het strafrecht komt zo iemand op dit moment bijna nergens. Dat is in maart 2026 nog eens bevestigd door de adviseur van de hoogste rechter van ons land, en het raakt direct aan wat jij doet.
De rechtszaak erachter gaat over een moeder die haar jonge zoon mishandelde. Het ging om slaan, maar ook om dingen zonder klap: hem urenlang op een krukje zetten zonder eten, hem alleen achterlaten in de auto, hem dag in dag uit afbreken met opmerkingen als "je had nooit geboren moeten worden". De rechter veroordeelde haar voor het slaan en voor een bedreiging. Voor het zuiver psychische deel volgde vrijspraak. De wet kent op dit moment geen bepaling die kale psychische mishandeling strafbaar stelt, hoe schadelijk die ook is.
Het openbaar ministerie liet het er niet bij zitten en stapte naar de Hoge Raad, om één ding helder te krijgen: kun je iemand voor puur psychisch geweld veroordelen onder de mishandelingsbepaling? Het antwoord van de adviseur was nee. Psychisch geweld zonder een lichamelijke kant is onder de huidige wet niet zelfstandig strafbaar. De rechter zou de wet ook niet moeten oprekken om dat alsnog mogelijk te maken; dat is werk voor de politiek. Tegelijk benadrukt hij dat psychisch geweld iemand net zo hard kan beschadigen als een klap.
Waarom dit op jouw bord ligt
Het gat dat hier zichtbaar wordt, komt precies bij jou terecht. Iemand die psychisch wordt afgebroken, kan in de meeste gevallen niet terecht bij politie of rechter. De plek waar er wél iets kan veranderen, is de organisatie zelf: jouw gesprek, de klachtenprocedure, de zorgplicht van de werkgever. Voor dit soort meldingen is dat vaak de enige plek waar iets gebeurt.
Dat vraagt ook iets van hoe je een melder voorbereidt. Iemand die hoopt op aangifte en een veroordeling, help je het meest met een eerlijk beeld van wat het strafrecht nu kan, en met een goed onderbouwd verhaal binnen de eigen organisatie.
Uit de zaak blijkt waar de rechter op let bij psychische schade: of er een patroon is, hoe lang het speelt en welke gevolgen zichtbaar worden. Bij het kind zag je dat het opknapte zodra het uit de situatie was gehaald. Het was niet meer misselijk en werd vrolijker. Dat soort concrete gevolgen weegt zwaar. Voor een klachtencommissie is dat een houvast: een melding staat sterker naarmate je het gedrag, de frequentie en het effect ervan concreet kunt maken.
En er komt iets aan. Er liggen plannen voor een wet die psychisch geweld zelfstandig strafbaar maakt. Landen als Frankrijk, België en Denemarken deden dat al. Komt die wet er in Nederland, dan verschuift de grond onder dit soort meldingen en kun je melders een heel ander perspectief bieden. Dit is dus het moment om het te volgen en je organisatie er vast op in te richten.