De paradox van de veilige organisatie: waarom meer meldingen goed nieuws zijn

In veel organisaties wordt het aantal meldingen van ongewenst gedrag gezien als graadmeter voor veiligheid. Een daling van het aantal klachten lijkt dan een succes; het zou immers betekenen dat er minder misgaat. Toch is dat een misleidend beeld. Een laag aantal meldingen zegt vaak meer over angst en wantrouwen dan over veiligheid. Een stijging van meldingen daarentegen kan juist wijzen op groeiend vertrouwen in het systeem. Dat is de paradox van de veilige organisatie: hoe veiliger de cultuur, hoe vaker mensen spreken.

Het misverstand van stilte

Stilte wordt in organisaties vaak verward met harmonie. “Bij ons spelen geen klachten” klinkt geruststellend, maar in werkelijkheid kan het een teken zijn dat medewerkers niet durven melden. Angst voor reputatieschade, onzekerheid over vertrouwelijkheid of de overtuiging dat melden “toch niets oplevert”, zorgen ervoor dat misstanden onder de radar blijven.

Voor vertrouwenspersonen en klachtencommissies is het belangrijk om die stilte te leren duiden. Een organisatie zonder klachten is geen bewijs van succes, maar een vraagteken: hoe komt het dat niemand iets zegt? Stilte vraagt om nieuwsgierigheid, niet om zelfgenoegzaamheid.

Het is bovendien een juridisch risico. Werkgevers hebben op grond van de Arbeidsomstandighedenwet de plicht om beleid te voeren ter voorkoming van psychosociale arbeidsbelasting. Wanneer incidenten structureel onbesproken blijven, kan een werkgever moeilijk aantonen dat hij zijn zorgplicht nakomt. Een goed functionerend meldsysteem is dus niet alleen moreel wenselijk, maar ook juridisch noodzakelijk.

De betekenis van een stijging

Een toename van meldingen roept vaak onrust op: bestuurders vrezen reputatieschade, HR maakt zich zorgen over werkdruk en communicatieafdelingen vrezen negatieve publiciteit. Toch kan juist die stijging duiden op verbetering. Ze laat zien dat medewerkers de weg naar de vertrouwenspersoon weten te vinden, dat ze vertrouwen hebben in de procedure, en dat ze geloven dat melden zin heeft.

Hetzelfde geldt voor anonieme meldingen of informele signalen: ze vormen niet de “onderstroom” die moet worden weggewerkt, maar een teken dat de drempel lager wordt. Pas wanneer medewerkers durven spreken, kan de organisatie leren en verbeteren.

Daarom is het belangrijk dat leidinggevenden en bestuurders anders leren kijken naar cijfers. In plaats van te vragen “hoeveel klachten zijn er?”, zouden ze moeten vragen: “Wat betekent dit aantal voor ons klimaat van openheid?”

Een stijging kan betekenen dat mensen zich veiliger voelen, niet dat het slechter gaat. De taak van de vertrouwenspersoon is om die nuance uit te leggen en te verankeren in het bewustzijn van de organisatie.

De rol van perceptie: veiligheid als gevoel én feit

Veiligheid is deels meetbaar – via aantallen meldingen, doorlooptijden en tevredenheid – maar grotendeels een kwestie van beleving. Een organisatie kan formeel alles op orde hebben, terwijl medewerkers zich alsnog onveilig voelen.

Psychologische veiligheid, waar eerder in deze reeks over werd geschreven, vormt de basis. Medewerkers moeten weten dat hun stem telt en dat spreken niet leidt tot sancties. Zodra die overtuiging groeit, stijgt ook het aantal meldingen. Dat is geen toevalligheid, maar een kenmerk van volwassenheid.

De perceptie van veiligheid is daarmee even belangrijk als de feitelijke procedurele kant. Vertrouwenspersonen spelen een centrale rol in het zichtbaar maken van dat verschil. Hun jaarverslagen kunnen bijvoorbeeld onderscheid maken tussen het aantal formele klachten en het aantal “gespreksvragen”: signalen van medewerkers die vooral behoefte hebben aan sparring of duiding. Juist dat laatste cijfer zegt veel over toegankelijkheid en vertrouwen.

Communicatie over meldingen: toon bepaalt interpretatie

Hoe een organisatie communiceert over meldingen, bepaalt hoe die meldingen worden geïnterpreteerd. Een bericht als “het aantal klachten is dit jaar verdubbeld” kan angst oproepen of defensieve reacties uitlokken, tenzij het wordt voorzien van context: dat het meldsysteem is verbeterd, dat medewerkers beter geïnformeerd zijn, en dat de toename duidt op meer openheid.

Transparante communicatie over meldingen is een teken van kracht, niet van zwakte. Wanneer een organisatie open deelt hoeveel meldingen er zijn en wat ermee is gedaan – zonder herleidbare details – groeit het vertrouwen in de procedure. Het laat zien dat klachten serieus worden genomen en dat melders niet in het luchtledige verdwijnen.

Vertrouwenspersonen kunnen bijdragen door het management te ondersteunen in die communicatie. Niet door cijfers te presenteren als problemen, maar als indicatoren van ontwikkeling: signalen dat mensen durven te spreken en dat het systeem werkt.

De juridische en beleidsmatige kant van melden

Onder de Wet bescherming klokkenluiders (Wbk) en de Arbowet rust op werkgevers de plicht om een veilige en toegankelijke meldstructuur in te richten. Dat omvat niet alleen het aanstellen van vertrouwenspersonen, maar ook het bevorderen van een meldcultuur waarin medewerkers zonder angst kunnen rapporteren.

De Inspectie SZW hanteert als toetssteen niet het aantal klachten, maar de kwaliteit van de procedure en de preventieve werking van het beleid. Dat betekent dat organisaties juist positief worden beoordeeld als zij kunnen aantonen dat meldingen serieus worden behandeld, dat melders worden beschermd en dat opvolging plaatsvindt.

Het is daarom verstandig om intern duidelijk te maken dat meldingen niet worden gezien als “storingen”, maar als bewijs van een gezond systeem. HR en directie kunnen die boodschap versterken door in hun communicatie te benadrukken dat melden bijdraagt aan verbetering.

Een meldcultuur is pas volwassen als melden geen moed meer vergt, maar vanzelfsprekend is.

De rol van de vertrouwenspersoon: van vangnet naar thermometer

De vertrouwenspersoon is niet alleen opvangpunt, maar ook thermometer van het organisatieklimaat. Het aantal meldingen, de aard van de gesprekken en de thema’s die terugkeren, vormen waardevolle data over hoe veilig medewerkers zich voelen.

Wanneer het aantal meldingen stijgt, is het belangrijk dat de vertrouwenspersoon dit duidt: komt dit door verhoogd bewustzijn, door interne spanningen of door veranderde samenstelling van het personeelsbestand? Zo ontstaat een genuanceerd beeld dat verder gaat dan cijfers.

Ook wanneer het aantal meldingen juist daalt, is interpretatie nodig. Een plotselinge afname kan wijzen op verbeterd beleid, maar ook op toegenomen angst. De vertrouwenspersoon kan dat onderscheid helpen maken door kwalitatieve observaties toe te voegen aan kwantitatieve rapportages.

In dat opzicht fungeert de vertrouwenspersoon als geheugen en barometer tegelijk: iemand die niet alleen registreert wat er gebeurt, maar ook begrijpt wat het betekent.

Van meldingscijfers naar leermechanismen

Cijfers krijgen pas betekenis als ze leiden tot actie. Een organisatie die veel meldingen ontvangt, maar daar niets mee doet, verliest snel vertrouwen. Evaluatie en terugkoppeling zijn daarom cruciaal.

Een goed jaarverslag van de vertrouwenspersoon of klachtencommissie bevat niet alleen aantallen, maar ook thema’s, aanbevelingen en terugkoppeling over opvolging. Het laat zien dat klachten aanleiding geven tot reflectie, aanpassing van beleid of extra training.

Daarmee verandert melden van een administratief proces in een leermechanisme. Meldingen worden niet langer gezien als ruis, maar als feedbackloops: terugkoppelingen uit de praktijk die helpen de organisatie beter te maken.

Zo verschuift het perspectief van controle naar ontwikkeling. Het doel is niet om klachten te minimaliseren, maar om ervan te leren.

De valkuil van reputatiemanagement

Een van de grootste belemmeringen voor open meldculturen is angst voor reputatieschade. Bestuurders vrezen dat openbaarmaking van klachten een smet werpt op de organisatie. Paradoxaal genoeg leidt juist die angst tot grotere risico’s: onveiligheid die niet wordt besproken, groeit onzichtbaar door en barst op termijn alsnog naar buiten.

Transparantie is geen reputatieschade, maar reputatiebescherming. In een tijd waarin media en toezichthouders steeds meer aandacht hebben voor sociale veiligheid, komt geloofwaardigheid voort uit eerlijkheid. Een organisatie die erkent dat er meldingen zijn en uitlegt wat zij ermee doet, wekt vertrouwen – intern én extern.

De vertrouwenspersoon kan hierin een rol spelen door te pleiten voor feitelijke, neutrale communicatie over meldingen: zonder schuldtoewijzing, maar met duidelijke uitleg van proces en verbetermaatregelen. Zo wordt openheid onderdeel van professionaliteit.

Van individueel melden naar collectieve verantwoordelijkheid

Een gezonde meldcultuur is niet alleen gericht op de melder, maar op de gemeenschap. Medewerkers moeten ervaren dat veiligheid een gedeelde verantwoordelijkheid is. Melden is dan niet langer een individuele actie van iemand die iets verkeerds ziet, maar een gezamenlijke inspanning om de normen van de organisatie te bewaken.

Die verschuiving vraagt om taalverandering. In plaats van te spreken over “melders” en “beklaagden”, kan men spreken over “betrokkenen bij een melding”. In plaats van “klacht” kan men spreken over “signaal”. Zulke woorden verleggen de focus van schuld naar ontwikkeling.

De vertrouwenspersoon kan dit bevorderen door in voorlichting en gesprekken te benadrukken dat melden bijdraagt aan de organisatie als geheel. Het is niet “tegen iemand”, maar “voor iedereen”.

De paradox in perspectief

De paradox van de veilige organisatie laat zich eenvoudig samenvatten: stilte is niet altijd rust, geluid is niet altijd onveiligheid. Een organisatie die klachten hoort, luistert; een organisatie die niets hoort, weet niet wat er speelt.

Het doel is niet om meldingen te voorkomen, maar om ervoor te zorgen dat ze op een gezonde manier kunnen plaatsvinden – zonder angst, zonder reputatiezorgen, en met de zekerheid dat ze leiden tot verbetering.

In die zin is een stijging van meldingen geen teken van verval, maar van volwassenheid. Het betekent dat mensen zich veilig genoeg voelen om te spreken, en dat de organisatie sterk genoeg is om te luisteren.

Conclusie

De waarde van een meldcultuur ligt niet in stilte, maar in openheid. De organisatie die meldingen verwelkomt, toont zelfvertrouwen. Zij erkent dat fouten menselijk zijn, maar dat zwijgen gevaarlijk is.

Voor vertrouwenspersonen en klachtencommissies ligt hier een belangrijke taak: het duiden van cijfers, het bevorderen van transparantie en het aanjagen van leren. Veiligheid groeit niet in stilte, maar in dialoog.

Meer meldingen betekenen niet meer problemen – ze betekenen meer moed. En dat is het beste nieuws dat een organisatie kan krijgen.

Vorige
Vorige

De melder van vandaag: jongere generaties en hun andere kijk op veiligheid

Volgende
Volgende

Organisatiegeheugen en herhaling: wat leren we (niet) van oude klachten